Hoofdmenu
Fokker
Koolhoven
Overige
| Koolhoven FK.56 |
|
|
|
| Geschreven door J.M. Grisnich | |||||||||||||||
| zaterdag, 19 december 2009 11:21 | |||||||||||||||
|
In 1937 maakte de LVA plannen om de uitbreiding en modernisering van de vloot te realiseren. Voor de nieuwe vloot waren meer vliegers nodig. Op korte termijn had de LVA een leskist nodig en toen Koolhoven daar lucht van kreeg, besloot hij een leskist te gaan bouwen. Om zo snel mogelijk in een nieuwe trainer te voorzien, werd de Koolhoven FK.51 met het c/n 5119 ontdaan van bovenvleugels en de twee cockpits en ontstond er een nieuw toestel, de FK.56.
Voor de nieuwe trainer werd een nieuw romp-middengedeelte ontworpen. De twee achter elkaar geplaatste cockpits werden overdekt door een plexiglas cockpitdat en als vleugels werd gebruik gemaakt van een zogenaamde meeuwenvleugel. Ook werd er een vast onderstel aangebracht. Als compleet nieuw toestel werd de FK.56 c/n 5601 in de herfst van 1938 aan de LVA aangeboden. Daar werd de Koolhoven vergeleken met de Focke Wulf Fw 56 Stosser, een parasoldekker met vast onderstel.
Proefvluchten wezen uit dat er niet veel verschil tussen de beide toestellen zat, waarna besloten werd de Koolhoven FK.56 aan te schaffen. Omdat de FK.56 c/n 5601 PH-ASB eigenlijk een veredelde FK.51 was, moest er nog een echt prototype worden gemaakt dat rijp was voor productie. Dit nieuwe prototype werd voorzien van een intrekbaar onderstel, een Amstrong Siddely Cheetah motor (net als bij de FK.51). Inmiddels wasn er ook een ander cockpitdak en aangebracht (hetzelfde als op de FK.58 werd toegepast) Dit prototype kreeg de registratie FK.56 c/n 5602 PH-ATE en werd op 1 juli ingeschreven.
Het derde prototype was de 81 van de L.V.A. die een kopie kreeg van de staart van de in aanbouw zijnde FK.58 toestellen. Ook werd de Wright Whirlwind weer toegepast. Ook werd een rechte vleugel gebruikt in plaats van de meeuwenvleugel. In de 81 werd een verbeterd optrekmechanisme toegepast.
Op 4 januari werden de laatste proefvluchten met de FK.56 C/n 5603 81 gehouden. Bij deze vlucht zouden er duikproeven worden gehouden. Nadat invlieger Coppers boven Waalhaven een duikvlucht had ingezet brak echter de vleugel. Coppers was op slag dood. De vleugelbreuk was te wijten aan het ontbreken van diagonaal triplex dat de vleugel extra stijfheid gaf.
De LVA bestelde 10 FK.56 toestellen. Deze hadden de serienummers 5603 - 5612. Toen de 5603 verongelukt was, werd deze vervangen door de 5613. De registraties van de toestellen liepen van 81 - 90. Een tweede bestelling van de LVA werd op 10 april 1940 gedaan en zou bestaan uit FK.56's met de serienummers 5634 - 5643. Deze zouden de registratie 91 - 100 krijgen. Het mag duidelijk zijn dat deze niet meer afgeleverd konden worden.
In de meidagen waren de 10 kisten van de eerste bestelling afgeleverd. Daarvan bevonden zich de 81, 83, 85 en 86 op De Vlijt op Texel. Deze zijn in brand geschoten op 11 mei. Van de andere zes toestellen is niet bekend waar ze zich bevonden. Men neemt aan op Haamstede of Souburg.
België Ondertussen had de Belgische Luchtmacht ook belangstelling voor de FK.56 gekregen en bestelde 20 toestellen. Deze hadden de serienummers 5614 - 5633. Van deze 20 bestelde FK.56's waren er op 10 mei in elk geval 7 afgeleverd. Deze toestellen stonden verspreid over de vliegvelden Wevelgem en Goetsenhoven. Bijna allemaal zijn ze in het geweld ten onder gegaan. In elk geval 1 FK.56 kon ontsnappen naar Frankrijk, zeker 5 anderen zijn vernield op Goetsenhoven.
Joegoslavië Het is bijna niet bekend dat ook Joegoslavië interesse toonde in de FK.56. Kort na de bestelling van de M.L. van 10 toestellen werd deze order geplaatst. De toestellen hadden de c/n 5613 en de tweede was het tweede prototype c/n 5602. In november 1939 was de c/n 5613 voor Joegoslavië klaar, als PH-ATW. Omdat het testexemplaar 81 voor de Nederlandse M.L. was verongelukt, waren er uitgebreide testen en onderzoeken naar de vleugel nodig. Hiervoor werd de Joegoslavische FK.56 c/n 5613 gebruikt die op 13 januari voor aflevering gereed stond. Er volgde geringe wijzingingen aan de vleugel.
Verschillende typen FK.56:
Het Belgische en Nederlandse type FK.56 waren dezelfde toestellen. Het enige verschil zat in het landingsgestel. Zo hadden de Nederlandse Koolhovens een hydraulisch optreksysteem, (FK.56A), de Belgische versie had een mechanisch intrekbaar onderstel (FK.56B) De Koolhoven FK.56E was een toestel met een hydraulisch optrekbaar landingsgestel, maar met versterkte vleugel. |






Koolhoven FK.56

