Hoofdmenu
Fokker
Koolhoven
Overige
| Fokker D.XXI |
|
|
|
| Geschreven door J.M. Grisnich |
| zaterdag, 19 december 2009 10:31 |
|
Op verzoek van het Ministerie van Koloniën ontwierp de Fokker fabriek in 1935 een ééndekker jachtvliegtuig voor de KNIL (Koninklijk Nederlands-Indië Leger), om de Curtiss P-6 Hawk te vervangen. Als reactie hierop werd er een vliegtuig ontworpen door Ing E. Schatzki, met een romp uit staalbuis, overtrokken met linnen aan de achterzijde en de voorzijde bekleed met metalen platen. De vleugels waren van hout. Het was een vliegtuig dat de overgang kenmerkte van dubbeldekkers naar enkeldekkers. Het werd een laagdekker, maar had nog steeds een vast onderstel. (naar de wensen van de LVA)
Ondanks het feit dat de D.XXI in feite al verouderd was bij de indienststelling zou het in de beginfase van de Tweede Wereldoorlog de standaardjager worden in zowel de Nederlandse, Finse en Deense luchtmachten en stond het in de planning om de standaardjager bij de Spaanse republikeinse luchtmacht te worden. Het succes zou vooral liggen in de stevigheid en het vermogen om veel schade te kunnen overleven. Niet in het minst speelde echter ook de geringe kosten voor de produktie een rol in vergelijking met andere vliegtuigen uit die tijd.
De proefvlucht van het prototype FD-322 vond plaats op 27 februari 1936. Het toestel was uitgevoerd met een Bristol Mercury VI motor, die op verzoek van de LVA al snel werd vervangen door een Bristol Mercury VI-S van 645 pk. Het toestel werd gevlogen door de Fokker invlieger Emil Meinecke, vanaf het vliegveld Welschap onder Eindhoven.
Het prototype had geen bewapening, maar werd later van 2 FN-Browning 7,92 mm mitrailleurs in de vleugels voorzien en een 12.7 mm mitrailleur in de motorkap. Het toestel voldeed aan alle gestelde eisen. Het werd echter niet meer voor de KNIL besteld. Men wilde in die tijd liever bommenwerpers bestellen voor Nederlands-Indië, omdat het KNIL nog altijd vond dat de aanval de beste verdedeging is. Toch stuurde Fokker in het begin van 1937 een exemplaar naar Indië, waar het zijn leven in alle eenzaamheid sleet.
Somers maakte namens de LVA één van de eerste vluchten met de D.XXI. Na afloop zei hij tegen de omstanders: Steek d'r maar een lucifer in, zo lastig was het toestel om te vliegen. Fouten die werden gemaakt werden gelijk afgestraft. Het was voor de D.XVI en D.XVII piloten dan ook een hele omschakeling om op de D.XXI te gaan vliegen.
Als reactie op Somers werd er een nieuw richtingsroer van groter oppervlak op geplaatst wat de stabiliteit verbeterde. Omdat de LVA de Mercury VIII motor als een van de eisen voor een nieuwe jager stelde, werd de D.XXI daarom van een Mercury VIII motor (op papier) voorzien. Het contract voor de levering van 36 toestellen werd op 29 december 1937 getekend. Fokker ging voortvarend aan de slag, en op 26 mei 1938 maakte de 212, het eerste productietoestel voor de LVA, haar eerste vlucht.
Het laatste productietoestel dat werd afgeleverd was de 246. De 247 was eerder gereed, maar werd pas op 8 september 1939 aan de M.L. overgedragen. Dit toestel bleef bij Fokker voor het maken van reserveonderdelen. De 246 werd als laatste toestel gereed gemeld, op 11 april 1939. Er waren bewapeningsproblemen en ook waren er klachten over het slingeren van de landingspoten tijdens de vlucht. Deze problemen werden allemaal voor het nieuwe jaar (1940) opgelost.
De 36 D.XXI's werden verdeeld over 3 JaVA's. Op 10 mei waren er nog 35 over, omdat de 237 intussen was verongelukt. Verschillende D.XXI's werden met radio uitgerust en hiermee is geoefend tot aan de meidagen van 1940. Helaas had niet elk toestel een radio, waardoor hier niet op grote schaal gebruik van is gemaakt tijdens de gevechten... |






Fokker D.XXI

