Home LVA 1913 - 1938
LVA 1913 - 1938 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door J.M. Grisnich   
vrijdag, 18 december 2009 20:03

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog bestond de luchtvloot van de LVA uit 30 jachtvliegtuigen, 73 verkenners en 7 lestoestellen. Het was een bonte verzameling van sterk uiteenlopende typen. Al deze vliegtuigen waren of aangekocht door de Luchtmacht of geïnterneerd.

 

Men was het eigenlijk zat om deze bonte verzameling te onderhouden, omdat dat nogal moeilijk was. Er waren geen reserve-onderdelen, en alle vliegtuigen waren van een verschillend type. Daarom ging men op zoek naar iemand die vliegtuigen kon bouwen en wilde men het vliegtuigpark opbouwen uit dezelfde soorten toestellen.

 

Fokker vluchtte na de Eerste Wereldoorlog uit Duitsland en bracht vliegtuigen mee. Allemaal hetzelfde soort met dezelfde principes. De vliegtuigen (D.VII's en C.1'en) werden gretig afgenomen. Het zorgde voor de beoogde standaardisatie van het vliegend LVA-materieel. De D.VII's en C.1'en bleven tijdens de jaren '20 de basis van onze operationele luchtvloot vormen. De laatste D.VII's werden pas in 1938 afgeschreven! Bij de verkenningsvliegtuigen ging men eerder tot modernisering over dan bij de jachtvliegtuigen. Zo werden al in 1923/1924, 31 Fokker C.IV'en in gebruik genomen. Hierbij werden vanaf 1925/1926 geleidelijk de C.V en C.VI'en aan toegevoegd. De voorraad jachtvliegtuigen werd pas in 1929 uitgebreid met de komst van de D.XVI. Tot en met 1934 zouden er nog 17 exemplaren van dit toestel volgen.

 

In het begin van de jaren '30 ging men voorzichtig werken aan de modernisering van de luchtvloot. Het materieel raakte geleidelijk gestandaardiseerd op de C.V en C.V-k bij de verkenners/lichte bommenwerpers, en de D.XVI bij de jachtvliegtuigen. Deze situatie bleef bestaan tot 1938. Doordat de politiek veranderde (mede vanwege de economische situatie) werden er geen nieuwe vliegtuigen aangekocht, maar verbeterd d.m.v. een 'face-lift'. Er werden sterkere motoren in de C.I'en gebouwd, net zoals de C.V'en. Er werden wel nieuwe toestellen aangekocht (D.XVII en C.X), maar dat was meer om de vredesverliezen te compenseren.

 

Ondertussen stonden de ontwikkelingen in de vliegtuigtechniek niet stil. In de jaren '20 was iedereen oorlogsmoe en werd er niet veel gedaan aan verbetering van de luchtvloot. Er waren vliegtuigen genoeg, en de Nederlandse luchtmacht was nog kwalitatief vergelijkbaar met die van de buurlanden. Toen Hitler echter aan de macht kwam, richtte hij zich op de verbeteringen van het leger en dus ook van de Luchtmacht. Het gevolg hiervan was, dat er steeds betere en snellere vliegtuigen kwamen.

 
Deze website is een particulier niet-commercieel initiatief.
Informatie rust onder copyright van de verschillende auteurs(s) || 2006-2010